Hoe kijkt de bank naar uw financieringen; wat is de invloed van Basel III hierop? (deel I)

U heeft er waarschijnlijk al veel over gelezen en gehoord in de media of in gesprekken met uw bank; de intrede van Basel III. Maar wat is Basel III nu eigenlijk, en wat gaat u er als ondernemer van merken?

Het korte antwoord is 'veel'. U zal er veel van gaan merken en om u daar zo goed mogelijk op voor te bereiden brengen we de gevolgen en impact de komende weken in kaart in een serie van vier artikelen. Vandaag de eerste, waarin we u de belangrijke achtergronden en uitgangspunten schetsen van Basel III.

Geschiedenis Basel-akkoorden

Net als reguliere ondernemingen hebben banken kapitaal (eigen vermogen) nodig om onverwachte verliezen op te kunnen vangen, om daarmee de kans op discontinuïteit te verkleinen. Het geëist rendement van dit kapitaal is hoog, en daarmee is het aanhouden van kapitaal voor een bank kostbaar.

In 1988 deed Basel I zijn intrede. Banken moesten minimaal 8% van hun risico gewogen activa (risk weighted assets, kortom RWA) aan eigen vermogen aanhouden, waarvan 4% kapitaal van de hoogste kwaliteit (zgn. Tier-1 kapitaal). Wat zijn RWA: aan elke bezitting die een bank op haar balans heeft staan wordt een bepaalde risicofactor toegekend. Het totaal van al deze bezittingen, gewogen met de risicofactor, vormt het totaal aan RWA. De bepaling van de RWA was direct een belangrijk kritiekpunt op Basel I, er werd nauwelijks gedifferentieerd bij de risicoweging van de activa terwijl de bezittingen van de banken wel degelijk uiteenlopende risico’s hadden. Om aandeelhoudersrendement te maximeren werden banken gestimuleerd bezittingen met een hoog risico op de balans te nemen. Hoog risico bezittingen hebben nl. ook vaak een hoog rendement, terwijl het kapitaalbeslag bij Basel I gelijk was.

In 2008 werd dit akkoord daarom vervangen door het Basel II-akkoord. Eén van de gevolgen is dat het door de bank aan te houden kapitaal meer in lijn ligt met de daadwerkelijke risico’s. Bij bedrijfsfinancieringen werden deze risico’s vastgesteld middels een credit rating. Hoe slechter de credit rating van een bedrijf, hoe hoger de RWA, en hoe meer kapitaal een bank moet aanhouden. De minimale kapitaaleis van 8% bleef echter ongewijzigd. Tijdens de kredietcrisis werd echter duidelijk dat ook Basel II zijn tekortkomingen had, waarvan een te lager bufferniveau van de banken één van deze tekortkomingen was.

Basel III-akkoord

In november 2010 werd er een akkoord bereikt over een verdere aanscherping van het toezicht, het zgn. Basel III-akkoord. De invoer van de additionele eisen, voortvloeiend uit dit akkoord, gaat echter gefaseerd en banken beginnen dit nu echt te merken. Hiermee moet een nieuwe bankencrisis worden voorkomen. De impact van dit akkoord ligt op meerdere vlakken:

1.    Strengere en hogere kapitaaleisen:

  • Betere kwaliteit van het kapitaal: Er komen strengere eisen voor welke kapitaalsvormen nog als Tier 1-kapitaal in aanmerking komen, maar ook gaat het minimum Tier 1-kapitaal omhoog (van 4% naar 6%).
  • Invoer capital conservation buffer: Banken moeten uiteindelijk een additionele buffer van 2,5% aanhouden, deze wordt gefaseerd ingevoerd van 2016 t/m 2019. In crisisjaren mogen banken evt. interen op deze buffer, echter zijn dividend- en bonusuitkeringen dan niet toegestaan. 
  • Invoer countercyclical buffer: Toezichthouders hebben vanaf 2019 de mogelijkheid om tijdelijk een zgn. anticyclische kapitaalbuffer in te voeren van maximaal 2,5%. Als toezichthouders in hoogconjunctuur bang zijn voor een excessieve kredietgroei kunnen ze deze temperen middels deze buffer.
  • Invoer systeembuffer: Zgn. systeembanken (“too big to fail”) hebben de maken met additionele kapitaaleisen die worden opgelegd door lokale of globale toezichthouders. Voor de meeste Nederlandse banken zorgt dit voor een extra kapitaaleis van 3%.

Alle maatregelen bij elkaar zorgen voor een behoorlijke extra kapitaalsdruk voor de banken. Waar banken momenteel 8% over hun RWA moeten aanhouden, zal dit in de toekomst tussen de 13,5% en 16% liggen.

2.    Invoer leverage ratio:

Banken moeten voldoen aan een minimale leverage ratio van 3%, dit betreft een niet risico gewogen kapitaaleis voor de banken. Ten opzichte van de totale activa moet het Tier 1-kapitaal minimaal 3% bedragen. Deze leverage ratio moet grenzen stellen aan een overmatige schuldposities, wat toch wordt gezien als één van de oorzaken van de kredietcrisis. Tot voorheen was er namelijk enkel een kapitaalseis o.b.v. de risico gewogen activa, hierdoor konden banken in theorie oneindig financieringen verstrekken op proposities met een laag risicoprofiel.

De invoer van deze ratio heeft o.a. als gevolg dat banken in de toekomst anders om zullen gaan met saldo- en rente compensabele stelsels (zie eerdere nieuwsbrief van ICC).

3.    Invoer liquiditeitseisen:

Naast de kapitaaleisen, moeten banken voortaan u.h.v. Basel III ook voldoen aan liquiditeitseisen. Zo krijgen de banken te maken met de liquidity coverage ratio (LCR) en de net stable funding ratio (NSFR).

  • De LCR vereist dat banken genoeg liquide activa in bezit heeft om een stressscenario op te vangen waarin sprake is van een uitstroom van middelen voor een periode van een maand. 
  • Het doel van de NSFR is dat banken de mismatch tussen de looptijd van de activa en passiva kleiner wordt, en hiermee ook het liquiditeitsrisico. Deze NSFR heeft een tweetal gevolgen voor de bedrijfsfinancieringen die banken verstrekken:
    • Financieringscommitments zullen over het algemeen korter worden, voor langlopende financieringen moet een bank nl. lang kapitaal (bijv. eigen vermogen) aanhouden.
    • Banken zullen de zgn. rentetypische looptijd (rentecommitment) meer aanpassen aan de financieringslooptijd. Dit heeft als gevolg dat bij langere financieringscommitments, in het algemeen, ook de rentecommitments toenemen. Dit beperkt u als ondernemer in flexibiliteit, bijv. wanneer u vervroegd wilt aflossen of herfinancieren.

Slotsom

Bovenstaande stof is wellicht wat taai en theoretisch. Het is echter wel de realiteit waar banken en dus uiteindelijk ook u mee te maken krijgt. Ongetwijfeld zal de term Basel III al een keer genoemd zijn in een bankbespreking, in welke context dan ook. Juist om die reden zijn we hier wat dieper op het theoretische kader ingegaan, dit kan u helpen bij de discussies met uw bank. In de komende drie nieuwsbrieven zal ik verder ingaan op de praktijk; in hoeverre verandert Basel III het financieringslandschap en wat heeft dit voor impact op u als ondernemer. Dat de hogere en strengere kapitaal- en liquiditeitseisen impact gaan hebben is een ding wat zeker is. Banken zullen o.a. gaan sturen op (i) balansverkorting, (ii) het reduceren van hun risk-weighted assets en (iii) het verhogen van de winstgevendheid om het aandeelhoudersrendement op peil te laten ondanks de extra kapitaalbehoefte.

Dit was deel I van een serie van vier nieuwsbrieven. In de volgende nieuwsbrieven gaan we het over de volgende onderwerpen hebben:

  • Deel II:  Balansverkorting banken, wat merk ik als ondernemer hiervan?
  • Deel III: Het reduceren van de risk-weighted assets door banken, wat merk ik als ondernemer hiervan?
  • Deel IV: Verhogen winstgevendheid banken, wat merk ik als ondernemer hiervan?

Wilt u naar aanleiding van deze nieuwsbrief meer weten? Of spelen er momenteel discussies met uw bankier, waar wellicht Basel III wordt genoemd? Neem dan gerust contact met me op.

Bram Reichwein
Bram Reichwein
Senior Consultant